Tanzania - Tussenbericht van een verkenningsreis in februari 2009
Plaats: Tanzania
In februari 2010 vindt de 3e JBL workshop plaats in Tanzania/Afrika. Omdat we de plaatselijke omstandigheden wilden testen en alle nodige voorbereidingen voor de JBL workshop 2010 wilden treffen, vlogen een collega en ik van 17-2 t/m 23-2-09 naar Tanzania.
Om het belangrijkste maar meteen te verklappen: het wordt een geweldige workshop volgend jaar en ik weet zeker dat alle deelnemers een indruk krijgen wat het betekent in Afrika te zijn, en met vele nuttige en leerrijke onderzoeksresultaten in hun bagage terug zullen komen! Mijn collega en ik namen een directe vlucht met Condor (20 kg bagage inbegrepen, 25,- € per enkele reis extra voor 30 kg duikuitrusting), die de afstand van Frankfurt/Main (Duitsland) naar Kilimanjaro International Airport (KIA) in Tanzania in ca. 8 uur teruglegde. Bij aankomst op KIA moesten we 50,- US$ voor het ter plekke uitgegeven visum betalen. Na het luchthavengebouw in de vroege ochtend (6.00 uur) te hebben verlaten, reden we met een Jeep door het Arusha National Park direct naar de Hatari Lodge, waar we volgend jaar de eerste drie nachten zullen logeren en waar in de directe omgeving een aantal interessante terrariumdieren leven. Het bestuderen van hun levensruimte zal dan ook een van de taken zijn die we ons voorgenomen hebben.
De eerste rit door het park gaf ons al meteen een indruk van grote national parks als Serengeti of Ngorongoro. We zagen giraffen, zebra’s, buffels, nijlpaarden, apen en wrattenzwijnen. Leeuwen, olifanten en neushorens zijn daarentegen zelden of nooit in het Arusha National Park aan te treffen. Hagedissen, slangen en schildpadden zijn vanuit de Jeep moeilijk te zien. Daarom willen we het zoeken naar deze dieren later te voet voortzetten.
Na anderhalf uur rijden door het Arusha Park met enkele tussenstops om dieren te observeren bereikten we de pittoresk aan de voet van Mount Meru (4600 m hoog) gelegen Momella Lodge, die zijn bekendheid te danken heeft aan de film HATARI met John Wayne en Hardy Krüger uit het jaar 1961. De vele kleine hutten zijn mooi gelegen in het savannelandschap met Mount Mero op de achtergrond, die meestal te zien is. Precies in de tegenovergestelde richting is de majestueuze Kilimanjaro (5900 m hoog) uit te maken, die evenwel de meeste tijd in wolken is gehuld. Alleen vroeg in de ochtend (6 à 7:00 uur) is hij vaak wolkenvrij en toont zijn indrukwekkende silhouet.
De hutten waaruit de lodge bestaat zijn eenvoudig ingericht, rustiek en schoon. Iedere hut heeft zijn eigen badkamer met een douche en één stopcontact (voor een Engelse stekker, aftakcontactdoos dus niet vergeten!). Er is alleen stroom ’s ochtends van 6 tot 10.00 uur en 's avonds van 18 tot 22.00 uur. Dit is belangrijk te weten in verband met het opladen van camera-accu’s en dergelijke, en het is daarom zinvol dat iedereen een voorraadje reserveaccu's en een zaklantaarn meebrengt. Voor het ontbijt en het avondeten konden wij in de nostalgisch ingerichte en met HATARI-filmmotieven en originele foto’s van John Wayne gedecoreerde eetzaal terecht. De lunch wordt eveneens in de lodge aangeboden, maar het is ook mogelijk om een lunch box te bestellen en onderweg te eten. En je hoeft geen zorgen te hebben dat de sandwiches met giraf of krokodil zijn belegd. Wat de kok in de lodge bereidt, zijn normale rijst-, aardappel- en nudelgerechten, zodat Europeanen niet aan vreemde kost hoeven te wennen.
Nadat we waren ingecheckt, reden we met de Jeep in ongeveer 20 minuten naar een savannegebied waar schorpioenen, duizendpoten en andere kruipdieren leven. Voordat we op zoek gingen, stonden een paar metingen op ons programma. Ook tijdens de JBL workshops willen we regelmatig de temperatuur, het vochtgehalte, UV-A en –B straling en de lichtsterkte meten. Daarnaast zijn we van plan het verloop van de dag- en nachttemperatuur in een grafiek op te tekenen. Met de hulp van onze chauffeur en een slangenvanger draaiden we een groot aantal stenen om om te zien of en welke dieren daaronder verborgen waren. Bijna onder elke steen bleken schorpioenen te leven! Dat mogen we zeker niet vergeten als we ergens in de bush met onze lunchbox op de grond of op een steen gaan zitten. Enkele autominuten verderop veranderde het landschapsbeeld: er verscheen een moeraslandschap (Ngabobo area) met vlakke meren en smalle rivieren waar ontelbare vogels (ibissen, kraanvogels, reigers, ganzen) leven. In de waterlopen waren vissen en kikkers te zien, die we op dat moment nog niet probeerden te vangen. Gedurende de JBL workshop willen we de vissen en de waterwaarden nauwkeurig onder de loep nemen. Wegens de vulkanische activiteiten in de bodem bevat deze natron, zodat het water in hoge mate geleidend is. Beide biotopen zijn ideaal om licht-, uv-, vochtgehalte- en temperatuurmetingen te doen, maar we mogen daarbij niet vergeten dat het Arusha gebied 1000 m boven de zeespiegel licht. Een voordeel van de hoogte is dat de temperatuur er aangenaam is (25 à 29 °C) en dat het altijd een beetje waait.
Laat in de middag reden we weer terug naar de lodge om de directe omgeving te voet te verkennen. Achter de lodge (in de richting van Mount Meru / de grens van het Arusha Park) kun je beter niet een wandelingetje maken, omdat er buffels rondlopen die vechtlustig kunnen zijn en naast nijlpaarden de meeste dodelijke ongevallen met dieren veroorzaken! Mijn vraag aan de collega's ter plekke, wat je moet doen als je aangevallen wordt, werd als volgt beantwoord: gaan liggen, je gezicht met je armen beschermen en niet bewegen! Goed, dat klinkt niet al te moeilijk - maar ik vraag me wel af, waarom ieder jaar zoveel mensen door een buffel worden gedood. Als je je hut op de Momella Lodge verlaat en in de „toegestane“ richting op verkenning gaat, beleef je een stukje authentiek Afrika: de giraffen die zomaar pad kruisen, de agamen die in de zon op stenen liggen en de silhouetten van de Kilimanjaro en van Mount Meru laten heel intensieve gevoelens bij je opkomen.
Na het avondeten besloot ons team nogmaals in de directe omgeving van de lodge op zoek te gaan naar terrariumdieren. Het resultaat waren een kikker, een slang (Crotaphopeltis hotamboeia, witlippenslang) en enkele grote insecten. Kameleons kregen we helaas niet te zien en daarom zullen we tijdens de JBL workshop voor een nachtelijke speurtocht naar een ander gebied (Ngarananjuki) rijden, waarvan bekend is dat er kameleons voorkomen. De temperatuur en het vochtgehalte van de lucht moeten ook tijdens de workshop worden genoteerd. Om 22:00 uur moesten we weer terug zijn bij de lodge, omdat niemand na 10 uur 's avonds de lodge mag verlaten. Bezoekers vergeten vaak dat het op slechts 1000 m afstand gelegen Arusha National Park geen hekken heeft en alle dieren vrij rondlopen. Dat schijnt overigens niet voor muggen te gelden; daar hadden we ’s avonds en ’s nachts geen last van!
De volgende ochtend hadden we een volkomen ander biotoop op ons programma: aquatische levensruimtes hadden onze belangstelling. We begonnen met een beek in het Arusha Park die van Mt. Meru naar beneden stroomt en een mooie waterval te bieden heeft. Helaas was in de buurt van de waterval geen enkel amfibisch dier of vis te bekennen. Pas later in het vlakke land aangekomen, konden we kikkers en barbelen vangen. Bij het meten van de waterwaarden ontstond een heftige discussie met de parkbeheerders, die ons te kennen gaven dat we daarvoor eerst toestemming van het hoofdbestuur hadden moeten aanvragen. Je hebt dus niet alleen in Europa met bureaucratie te kampen. Daar de vondsten in deze beek sowieso zeer te wensen over lieten, loont het de moeite niet voor de workshop.
Na nogmaals door het Arusha Park te zijn gereden, kwamen we bij Lake Mamire aan. Aan de oevers van dit meer leven vele soorten slangen. Groene mamba’s, waterslangen en cobra’s kom je er vaak tegen. We verwachten dat de resultaten van onze metingen sterk van die in de savanne zullen verschillen. Samen met onze slangenvangers gingen we op zoek. Helaas vonden we in het korte tijdbestek alleen groene waterslangen en kikkers. Het meer zelf is kristalhelder en is mooi begroeid met waterplanten. We zagen er vele vissen. Met een luxmeter, waarvan de waterdichte sensor aan een drie meter lange kabel is bevestigd, kan de lichtsterkte tot op de bodem van het meer worden gemeten. De hoge in de natuur gemeten waarden zijn voor de eigenaars van aquariumafdekkingen met slechts een enkele fluorescentielamp een echte reden om minstens een tweede exemplaar te installeren! Behalve mij onbekende barbelen vonden we helaas ook zwaarddragers, die inmiddels bijna overal ter wereld te vinden zijn, hoewel ze oorspronkelijk uit Centraal Amerika komen. We nemen aan dat ze ook hier tegen de muggen worden gebruikt. En met succes, want we werden geen enkele keer door een mug gestoken tijdens ons oponthoud aan de oever van het meer. We meden het contact met het water, omdat niet zeker is of het de verwekkers van bilharziasis bevat. Ik zal uitvinden of er gevallen van bilharziasis aan dit meer bekend zijn. Hoewel we deze keer maar enkele slangen en hagedissen aan Lake Mamire vonden, kan de situatie tijdens de JBL workshop in het komende jaar geheel anders uitvallen. Terrariumdieren zijn nou eenmaal niet altijd en overal gegarandeerd. Een slangenvanger, die in de middag langs kwam, haalde diverse dieren uit zijn rugzak die hij de afgelopen twee dagen had gevangen: tijgerslangen, adders en ook kameleons. Tijdens de JBL workshop hebben wij de hulp van de vele deelnemers en een hele dag tijd om meer dieren te vinden en hun levensruimte zorgvuldig te onderzoeken. Terwijl wij tijd aan het meer doorbrachten met het zoeken naar reptielen, kwam het regenwoud aan de rand van het meer tot leven: twee apensoorten speelden in de bomen en we zagen neushoornvogels.
’s Avonds verhuisden we van de Momella Lodge naar een luxueuzere lodge in de buurt van Lake Mamire, die ons echter helemaal niet beviel en ons in ons besluit sterke, alle drie de nachten in de Momella Lodge te verblijven, ook als dat betekent dat we iets vaker heen en weer moeten rijden. De laatste dag, aan het einde waarvan we door zouden rijzen naar Zanzibar, gebruikten we om een indruk te krijgen van de bevolking en de stad stad Arusha.
De binnenlandse vlucht vertrok niet van KIA maar van het minivliegveld van Arusha. Op deze vlucht telde iedere kilo baggage en moesten we bijbetalen voor alles wat meer woog dan 20 kg (20 kg gratis, overbaggage kost 15,- $ / 1 kg). We zullen nog met een andere maatschappij onderhandelen en zien of we eventueel een vliegtuig voor de workshopdeelnemers kunnen charteren. Na een vliegtijd van een uur kwamen we om 16:00 uur aan op het tropische eiland Zanzibar niet ver voor de oostkust van Afrika gelegen. Met een minibus reden we in goed een uur langs de kust naar het noorden van het eiland naar het plaatsje Nungwi.
We checkten in en nauwelijks vijf minuten later zat ik al in de duikboot met Michael, de directeur van de duikbasis East Africa Diving, die mij persoonlijk op mijn eerste duiktocht begeleidde. Na een boottocht van slechts 10 minuten doken we in het 29 °C warme en heldere water van de Indische Oceaan en lieten ons naar het op 20 m diepte gelegen rif glijden. Weinig stroming en een geweldig aantal vissoorten maakten het duiken gemakkelijk en mooi. Op enkele riffen waren bruinige draad-/smeeralgen te zien, waarvan we de oorspong tijdens de JBL workshop nader willen onderzoeken. Wegens de visnetten in de buurt van het strand was het te gevaarlijk om dezelfe avond nogmaals te duiken, dus verschoven we dit naar de tweede avond.
De hutten van de JAMBO BROTHERS hebben airconditioning maar zijn verder eenvoudig maar doelmatig ingericht (15,- $ / per persoon en nacht). Net als in de lodge is er maar een enkel stopcontact voorhanden, zodat het verstandig is een aftakstekker mee te brengen. De duikbasis van East Africa Diving ligt direct voor de hutten aan het strand. Dat spaart tijd en de deelnemers die duik- en fotospullen heen en weer moet dragen, zijn vast blij met de korte afstand. We bezichtigden nog een ander, direct aan het water gelegen bungalowpark, FLAME TREE COTTAGES genoemd, slechts 3 minuten lopen verderop, met een hogere standaard dan JAMBO BROTHERS, dat ons werd aangeboden voor 55,- $ per persoon per nacht. De JBL workshopdeelnemers kunnen dus kiezen of ze de voorkeur geven aan iets meer luxe tegen een extra prijs.
Voor het avondeten hebben we de keuze uit verscheidene restaurants en bars direct aan het strand van Nungwi. Bij vele staan de tafels en stoelen maar een paar meter van het water in het zand. Onze schoenen hebben we overigens bij aankomst uitgetrokken en pas bij het uitchecken op de laatste dag weer aangetrokken! De kosten van de maaltijden lagen tussen 5,- en 15,- $. Een liter mineraalwater kost 1,- $. Wie zin heeft, kan bij de Afrikanen op het strand gaan zitten en hun muziek beluisteren. De inheemse bevolking is buitengewoon op contact gesteld en bijzonder vriendelijk, hoewel ze vaak om een kleine beloning voor iets vragen (en ze zijn wat dat betreft zeer vindingrijk). De volgende dag begon met een bescheiden ontbijt (in de prijs inbegrepen) onder een palmendak aan het strand.
De volgende dag begon met een klein ontbijt (in de prijs inbegrepen) onder een palmendak aan het strand. Om 9:00 uur voeren we opnieuw met de duikboot het water op om nieuwe riffen te bezoeken. Volgens plan worden steeds twee duiktochten ’s ochtends, gevolgd van een korte middagpauze, en twee duiktochten 's middags aangeboden. Als alles volgens plan verloopt, blijft zelfs nog tijd over voor een duiktocht 's nachts. Wie dat te veel van het goede vindt, laat gewoon het ene of andere programmapunt weg. „Hakuna matata“, zoals de inheemsen altijd zeggen, ofwel neem het leven van de lichte kant! Stress kennen de mensen hier niet en daar zouden we ons een voorbeeld aan moeten nemen. Tijdens de avondduiktocht vonden we overigens zeepaardjes in de maar 5 m van de oever verwijderde en 2 m diep gelegen zeegrasweide. Inktvissen, schommelvissen en vuurvissen waren daar eveneens te zien.
Op de laatste dag mag ’s middags niet meer worden gedoken om de opgenomen stikstof de kans te geven het lichaam te verlaten voordat je weer in het vliegtuig stapt. Om die reden besloten we de dag op de voor de oostkust gelegen Mnemba atol (1 uur rijden) door te brengen. Zowel de snorkelaars als de duikers onder de deelnemers zullen hun ogen uitkijken. Het is een plezier om hier onderzoek te doen in het heldere en warme water van de lagune en tenminste de duikers onder de deelnemers krijgen bij het nemen van watermonsters in ieder geval schildpadden te zien (groene schildpad Chelonia mydas). Wij boften en hadden de kans om enige tijd met in vrijheid levende dolfijnen (grote tuimelaar Tursiops truncatus) door te brengen die zich van ons snorkelaars niets aantrokken. Er waren zelfs enkele dolfijnbaby’s in de groep! Omdat het eiland in de atol niet mag worden betreden, gingen we voor de lunch naar het strand van Zanzibar. Omdat de overtocht maar een paar minuten duurt, verliezen we daarmee niet veel tijd.
Samenvattend kun je stellen dat Zanzibar zeker de moeite waard is voor de geplande taken en onderzoeken. En ook al hebben we jammer genoeg geen walvishaaien gezien, wordt dit gemis zeker goed gemaakt door de indrukwekkende scholen vissen, dolfijnen, napoleons en schildpadden. Helaas hadden we geen tijd meer voor een bezoek aan het Tanganyikameer. Maar we zijn ervan overtuigd dat dit laatste deel van de JBL workshop 2010 met name voor de liefhebbers van cichliden bijzonder interessant zal zijn. Op de laatste ochtend controleerden we nog snel met de duikcomputer of de verplichte wachttijd voordat we mochten vliegen afgelopen was en vertrokken daarna naar het vliegveld. Bij vertrek moesten we plotseling 30,- US$ betalen – waarvoor weet ik nog steeds niet.…
Aanmeldsituatie in maart 2009: er zijn nog enkele vrije plaatsen! Het formulier om u op te geven voor de workshop vindt u hier op de JBL website.
Ik verheug me erop u volgend jaar bij de JBL workshop in Tanzania te leren kennen!
Met hartelijke groet, uw expeditieleider
Heiko Blessin
Overzicht van de extrakosten die in de reisprijs niet zijn inbetrepen : (alle prijzen in US $)